Algemeen Overleg Kamercommissie Justitie

Morgen is er Algemeen Overleg in de kamercommissie van Justitie, van 10 tot 13.00 u. Het overleg is openbaar. Hieronder de notities die we gisteren aan de kamerleden en de minister gestuurd hebben.

Notities in verband met het Algemeen Overleg op 30 april over de sluiting van de klachtencommissie misbruik RKK.

Geachte kamerleden,

Wij waarderen uw initiatief om de sluiting van de klachtencommissie voor seksueel misbruik in de Rk kerk opnieuw te bespreken in de kamer. Wij verzoeken u te pleiten voor openhouden van de klachtencommissie in de huidige vorm.

Om te beginnen begrijpen wij heel goed en betreuren dat ook, dat dit verleden voor de Rk kerk heel zwaar ligt. Zeker waar het gaat om `guilt by association` die ervaren wordt door religieuzen. Onze zorg gaat echter in eerste instantie uit naar de slachtoffers van het geweld en misbruik in hun kinderjaren. Zij moeten niet degenen zijn die dat gewicht nog steeds te dragen krijgen. In die gevallen waar de kerk als organisatie verantwoordelijkheid neemt voor het misbruik, neemt dat de last weg bij zowel de individuele slachtoffers als de individuele religieuzen. Daarbij is extern toezicht door de politiek onmisbaar.

Graag willen wij u daarom de volgende overwegingen voorleggen.

In het voorzittersoverleg van Klokk met BC en KNR zijn wij niet vertegenwoordigd. Het besluit tot sluiting van de klachtencommissie komt niet voort uit het belang van de slachtoffers.

Op 14 maart j.l. tekenden 53 vrouwen een verzoek aan BC en KNR om de huidige klachtencommissie open te houden, en de belofte van openheid waar te maken. Aanwezigen vertelden wat erkenning voor hen heeft betekend, andere aanwezigen vertelden over de pijn en schade van zwijgen en ontkenning. (bijlage 1)

Na heropening van de klachtencommissie voor seksueel misbruik zijn er 150 nieuwe meldingen binnengekomen. 

Er zijn nog steeds veel verborgen slachtoffers. Dat blijkt uit dadergeschiedenissen, uit de cijfers van onderzoek en klachtencommissie. En uit het zwijgen bij kerkelijk gezag en omstanders in de parochies. Er is openheid beloofd bij de aankondiging van de sluiting van de klachtencommissie, maar er is geen openheid gegeven, integendeel, getuigen werd opnieuw het zwijgen opgelegd. (Bijlage 2)

Ontkenning leidt tot onbegrepen lichamelijke en psychische klachten en kostbare, niet passende hulpverlening. 

Externe experts zijn onmisbaar. Herstelbemiddeling blijkt de beste resultaten te geven. Zonder klachtencommissie als stok achter de deur blijkt herstelbemiddeling echter niet geaccepteerd te worden.

Congregaties verzaken in preventie wanneer het gaat om leden die hier, en in andere landen, nog steeds volop in de gelegenheid zijn zich aan kinderen te vergrijpen.

Als sluiting van de klachtencommissie onvermijdelijk is, doen wij een beroep op de volksvertegenwoordigers om zonder vrijblijvendheid beleid te ondersteunen dat aansluit bij internationale ontwikkelingen voor herstelrecht, passende zorg, ondersteuning van selfmanagement en lotgenotenwerk. 

Tevens willen wij u verzoekende de sterke lobby van de kerk te weerstaan en toch nogmaals bij de kerk aan te dringen op het openhouden van de klachtencommissie.

Als dat niet mogelijk is dan vragen wij u erop toe te zien dat slachtoffers niet opnieuw afhankelijk gemaakt worden van de kerk. Dat betekent dat de keuze voor bemiddelaars aan de slachtoffers wordt gelaten, dat zij voor bemiddeling kunnen kiezen voor best practices op dit gebied waarmee ervaring is opgedaan, en dat het onafhankelijk meldpunt hierbij toezichthouder wordt.

Daarnaast willen wij u verzoeken erop toe te zien dat bij de slotactie gesprekken worden aangeboden door een onafhankelijke partij die gekwalificeerd is voor dit soort moeilijke gesprekken, en dat voor gedane schade niet per standaardbrief excuus wordt geboden.(Bijlage 3)

Namens het Vrouwen Platform Kerkelijk Kindermisbruik,

Maud Kips

Annemie Knibbe


Bijlage 1

27 april 2015

Erkenning en Ontkenning.

Op de lotgenoten dag van het VPKK op 14 maart 2015 vertelde Stien het onderstaande verhaal over de betekenis van erkenning. In het daarop volgende zaalgesprek werd pijnlijk duidelijk hoezeer juist dat nog door velen gemist wordt. Vooral na beschadigend verweer, achterhouden van informatie, in combinatie met ongegrondverklaringen. Daarop hebben … lotgenoten het verzoek aan de BC en KNR getekend om eindelijk openheid te geven en de klachtencommissie open te houden. 

Vast zitten in het web van de pater, en los komen.

“Ik ben geboren in 1949 en misbruikt door een pater van mijn zesde tot mijn achtste jaar. Ik was gevangen in een web, en daar hortend en stotend eindelijk uitgekomen.

Mijn vader was timmerman in de abdij Slangenburg. Elke zaterdagmorgen moest ik zijn werkbriefje naar de pater brengen. De pater prentte mij steeds in dat dit een geheimpje was tussen hem en mij en als ik het zou vertellen dan zwaaide er wat. Ik voel die dwang nog als ik het vertel. Ik moest ook goed voor mijn vader en moeder, broertjes en zusjes zorgen. Dat kwam in mij helemaal vast te zitten. Ik luisterde haast ziekelijk naar wat anderen mij vroegen, als de dood als ik iets verkeerd zou doen want dan zwaaide er wat. Ik dacht dat het zo moest en kwam er niet op om het anders te doen. Ik heb door geleefd en er het beste van gemaakt, vooral door anderen te geven wat ik zelf zo miste: respect en vrijheid. Ik had extreme angst voor macht en was gevoelig voor dwang, en dat verborg ik achter een lach.

In 1989 kwam ik de pater tegen in mijn geboortedorp. Ik kreeg rillingen over mijn hele lichaam en had het gevoel te moeten overgeven. Ik heb hem begroet maar ben direct naar huis gefietst. Thuis aangekomen leek er een draadje geknapt van het web waarin ik vastzat. Het misbruik borrelde naar boven, ik voelde paniek en werd intens verdrietig, maar ik durfde de tijd van toen niet onder de loep te nemen. Ik stopte het weg, bang voor het vervolg. Ik was immers alleenstaand moeder van twee kinderen, wilde er emotioneel en financieel zijn. Het kostte mij veel energie om de moeder te zijn die ik wilde zijn. Ik had regelmatig een terugval of stopmoment door ontstekingen, niet kunnen rusten, grote chaos in mijn hoofd. Ik moest alles opschrijven wat ik deed, anders onthield ik het niet. Ik was vaak oververmoeid. Mijn kinderen gaven me kracht om door te gaan, ook al wisten ze dat niet. Ik leefde in eenzaamheid, minderwaardigheid, faalangst. Ik hield me overeind met spreuken aan de muren: pas goed op jezelf, geef jezelf een schouderklop, geef jezelf voor de spiegel een knipoog, Voel wat je voelt en zeg wat je bedoelt.

Toen ik in 1999 eindelijk durfde te spreken, samen met mijn broer, deed ook mijn moeder haar verhaal over de onderdrukking en uitbuiting waaronder onze vader zo gebroken raakte en ziek werd. Zij heeft toen zo intens verdriet gehad, dat kon ik niet aan en stopte het weer weg.

In 2004 zette ik een bos bloemen in de spreekkamer waar het gebeurde. Ik dacht het verleden zo zelf te kunnen verwerken, los te laten en door te leven, maar toen begon mijn verwerkingsproces pas goed op gang te komen.

Mijn moeder overleed in 2010. In 2011 zijn mijn broer en ik opnieuw gaan spreken. We dienden een klacht in. We hadden een eerste gesprek met de abt, dat goed verliep. Maar mijn broer kreeg geen erkenning, door een misverstand. Dat deed veel pijn. We sloten ons aan bij de herstelbemiddeling waartoe de abt intussen door bemiddelaars bereid gevonden werd. Daar heb ik alles kunnen vertellen: de uitbuiting van mijn vader en het misbruik liepen als een rode draad door mijn leven, een machteloosheid waar ik niet op eigen kracht niet meer uitkwam. De ruimte om je uit te spreken in de herstelbemiddeling en de oprecht gemeende inleving van de overste en pater Co hebben mijn leven ingrijpend veranderd. Het geeft mij de kracht om los te laten en door te gaan. Als groot gezin werden we uitgenodigd op de abdij waar we onze jeugd hebben doorgebracht. Dat is voor mij heel waardevol geweest. Plotseling stond ik in de werkplaats van mijn vader.

Ik heb niet mijn jeugd terug, maar ben uit het web en geniet nu van mijn leven, met mijn kinderen en kleinkinderen. Na de bemiddeling had ik een droom: een geest in wit gewaad stond bij mijn bed, wilde mij aanraken, betasten, kortom dingen doen die ik niet wilde, ik pakte hem [bij kop en kont]en smeet hem door het raam. De geest trok zijn witte gewaad uit en de pater wandelde weg.......weg uit mijn leven!”


Bijlage 2 

Slachtoffer van zeer ernstig, frequent en langdurig vroegkinderlijk misbruik over de sluitingsdatum:

`Een jaar geleden heb ik mijn klacht ingediend. Lang heb ik gedacht dat dit voor mij niet mogelijk was. Het idee riep te veel angst, nare herinneringen en gevoelens van onveiligheid op. Ik voelde me te kwetsbaar en te zwak om confrontaties aan te gaan. Ondanks dat heb ik die stap een jaar geleden toch genomen.

Jaren van intensieve therapie en begeleiding hebben mogelijk gemaakt dat ik in mijn eigen tempo herstel en naar dat moment ben toegegroeid. Melding kunnen doen of anders gezegd daar aan toe zijn, heeft niets te maken met sluitingsdata, noch met adviezen en overtuigingen of ideeën van anderen. Het was een moment dat ik zelf moest kiezen en als enige kon bepalen. Het was een moment dat me als het ware "overkwam" omdat ik er toen pas klaar voor was. Daarvoor moest ik al mijn moed bij elkaar rapen. Moed om voorbij de angst te gaan die nog steeds een grote rol speelt.`

Openheid beloven en het zwijgen handhaven.

Deze vrouw heeft met haar ouders het misbruik gemeld in 1969. Daarna heeft ze moeten leven met de pijn dat de daderj doorging met zijn misdaad. Dat collega priesters, deken en bisdom hebben gezwegen. Een van de latere slacxhtoffers stelt: 

`Voor haar stopte het in 1969 en voor mij (en nog meerdere andere slachtoffers, waarvan er zeven tot nu toe gemeld hebben nog lange jaren doorging. Hij reed tegen een boom in 1969 na de melding: ik moest hem bezoeken in het ziekenhuis voor bijlessen, kon niet zeggen waarom ik niet wilde uit angst voor hem. Zelfs daar ging het misbruik door, voor mij en minstens één ander. Ik werd later met name bij hem thuis misbruikt, ik logeerde er zelfs met mijn jongere zusje. Mijn ouders vertrouwden hem blindelings. Dan: ik heb vanaf 1991 na zijn dood het vermoeden gehad dat in 1969 waarschijnlijk ook melding werd gedaan, immers twee eenzijdige ongelukken(boom-auto).Dit werd tijdens mijn hoorzitting en in gesprekken daarna met het bisdom stevig ontkend. Eind maart 2014 meldt I. zich bij mij met haar verhaal: over de melding en over het feit dat parochie, deken en bisdom wel degelijk op de hoogte waren. Weer ga ik de nodige keren met het bisdom in gesprek en weer wordt ontkend dat ze op de hoogte waren. Voor mij voelt dat als DE DADER WORDT IN BESCHERMING GENOMEN EN DE KINDEREN WORDEN AAN HUN LOT OVERGELATEN!!Pas afgelopen december heeft men toegegeven.De woordvoerder van het bisdom geeft aan niet meer te weten wat ze nog meer kunnen doen. Dat weten ze wel, dat heb ik vaak genoeg in de gesprekken aangegeven. De laatste keer heb ik hun uitgenodigd om openlijk in een gesprek met de media aan te geven dat men het in 1969 wist en de andere kant opkeek. Dat dit voor mij de volledige erkenning zou zijn. Hun antwoord: mevrouw Kicken wij houden u niet tegen om naar de media te gaan. Weer zorgen ze voor hun eigen hachje en nemen ze zichzelf in bescherming. Zou het nu niet een nobele christelijke daad zijn geweest als zij schuld door zwijgen hadden betuigd? Dan nog dit, durven vertellen dank ik vooral aan het feit dat ik zelf heb mogen groeien naar het moment van melding. Door velen in mijn omgeving werd geadviseerd te melden, maar zelf moet je er klaar voor zijn. Niemand heeft het recht te bepalen wanneer je jouw zwijgzaamheid doorbreekt. Ook de kerk niet, eigenlijk al helemaal niet, want dan is er wéér sprake van machtsmisbruik. Het VPKK is voor mij steeds een begripvol luisterend oor geweest, daar zal ik altijd dankbaar voor zijn`

Dit is slechts één voorbeeld, het aantal parochies waar openheid is gegeven is op één hand te tellen.


Bijlage 3

Slotactie

Het voornemen tot een slotactie met schriftelijke standaarderkenning baart ons zorgen. Wij schatten in dat die niet als erkenning zal worden ervaren door een bepaalde groep slachtoffers. Wij kennen de uitwerking van gegrondverklaring en ongegrondverklaring in verschillende condities:

Verschillende situaties:

Ongegrond verklaard na schadelijk verweer, beïnvloeden van getuigen en/of schadelijk verweer.

Ongegrond verklaard zonder schadelijk verweer, beïnvloeding van getuigen en/of schadelijk verweer.

Gegrond verklaard met schadelijk verweer, beïnvloeding van getuigen en/ of schadelijk verweer en ontkenning.

Gegrond verklaard en overtuigende erkenning.

In een aantal zaken is sprake geweest van schadelijk verweer, beïnvloeding van getuigen en/of schadelijk verweer. Deze zaken zijn naar onze inschatting niet op te lossen met een standaard erkenning. Ook in de gegrond verklaarde zaken is na schadelijk verweer of ontkenning achteraf een gesprek op zijn plaats om te kunnen begrijpen wat dat betekent en daar verantwoordelijkheid voor te nemen. 

Van de ervaringen met de commissie HEG ( Herstel Erkenning en Genoegdoening inzake psychisch en fysiek geweld) kan geleerd worden dat vrijwel alle melders die uitgenodigd zijn voor een gesprek dat als heel positief hebben ervaren, en vrijwel alle melders die een standaard brief kregen, dat als zeer pijnlijk en onaanvaardbaar hebben ervaren.

Dat betekent dat een persoonlijk gesprek gepast zou zijn voor zowel de gegrond verklaarde als de ongegrond verklaarde klachten waarbij sprake is van de genoemde tegenwerking.