VPKK

VrouwenPlatform Kerkelijk Kindermisbruik

Het Vrouwen Platform Kerkelijk Kindermisbruik (VPKK) geeft een stem aan mannen en vrouwen met een geschiedenis van kindermishandeling en -misbruik in de RKK en ondersteunt hun streven naar erkenning en genoegdoening.

  • 1

Verslag Workshop

"Hoe vind ik de juiste hulpverlener "

Tijdens de recente lotgenotendag is onder andere een workshop "Hoe vind ik de juiste hulpverlener" gehouden.

Erkenning

Weg van eerste contact tot erkenning.

Na uw eerste melding over uw geschiedenis, is het goed als u mensen op uw weg vindt die u steunen in uw streven naar erkenning.

Onderzoeksverslag

Klachten van seksueel misbruik in de RK kerk

Op 27 januari 2015 werd het onderzoeksverslag van de hand van Theo Kroon aan de Commissie Veiligheid en Justitie van de Tweede Kamer en de pers aangeboden.

Herstelbemiddeling

Erkenning van psychisch en fysiek geweld

Herinneringen aan psychisch, fysiek en seksueel geweld vormen een bedreigende ervaring voor het leven.

image

Berichten in de media

Op deze pagina vindt u berichten in de media.

Lees...
image

TV & Radio

Op deze pagina vindt u TV en radio uitzendingen.

Lees...
image

Film

Op deze pagina vindt u een aantal films

Lees...
image

Persberichten

Op deze pagina vindt u de persberichten van het VPKK.

Lees...
image

Nieuws

Nieuws vervolgonderzoek Deetman 2013

Lees...

Het onderzoek Deetman 2 en dwangarbeid; een expert opinion

 

Prof. dr. Jan van Dijk[1]

 

Op verzoek van het Vrouwen Platform Kerkelijk Kindermisbruik (VPKK) heb ik onderzocht of het onderzoek van de onderzoeksorganisatie onder leiding van de heer W. Deetman – ook bekend als het onderzoek Deetman 2 – naar seksueel misbruik en fysiek of psychisch geweld in de Rooms Katholieke Kerk,  mede betrekking heeft gehad op dwangarbeid, arbeidsuitbuiting of kinderarbeid. Als bron betreffende genoemd onderzoek heb ik gebruikt het onder de naam van de heer W. Deetman in 2013 door Uitgeverij Balans gepubliceerde onderzoeksrapport.

De belangrijkste internationale definitie van arbeidsuitbuiting is die in het in 1930 door de leden van de International Labour Organization waaronder Nederland gesloten Verdrag Tegen Arbeidsuitbuiting (ILO, 219). Hierin wordt dwangarbeid als volgt gedefinieerd: “All work or service which is exacted from any person under threat of a penalty and for which the person has not offered himself or herself voluntarily”. Dit begrip maakt tevens onderdeel uit van het bredere begrip mensenhandel in het door Nederland in 2004 geratificeerde protocol van de Verenigde Naties tegen mensenhandel van 2002. Relevant in dit verband is tevens het ILO-verdrag tegen kinderarbeid van 1999 (Worst Forms of Child Labour Convention, No 182). Hieronder worden onder meer gerekend alle vormen van dwangarbeid van minderjarigen.

Door de ILO is het begrip dwangarbeid in verschillende documenten nader omschreven. Bij dit begrip zijn eventueel toegepaste vormen van geweld middelen om de slachtoffers te bewegen arbeid te verrichten zonder redelijke betaling of ander gevaarlijke omstandigheden. Het doel van de handelingen is om geld te verdienen aan de door een ander geleverde arbeid (zogenoemde uitbuiting). Als indicatoren van straf en dwang worden naast fysiek geweld ook gehanteerd bedreiging met geweld, bedreiging met geweld tegen familieleden, het innemen van persoonsdocumenten, gevangenhouding en misbruik van kwetsbaarheid. Het gebruik van fysiek geweld is dus geen noodzakelijk element van de definitie van arbeidsuitbuiting. Anders gezegd, er bestaan veel vormen van niet-gewelddadige dwangarbeid/arbeidsuitbuiting.

Het onderzoek Deetman 2 had betrekking op “seksueel misbruik en (excessief) fysiek en psychisch geweld”. In het inleidende hoofdstuk van het rapport waarin achtergronden en opdracht worden besproken worden de begrippen dwangarbeid, arbeidsuitbuiting of kinderarbeid op geen enkele plaats genoemd.

De onderzoeksorganisatie heeft afgezien van het opstellen van een formele definitie van de begrippen fysiek en psychisch geweld. Men heeft volstaan met een beschrijving die mede is gebaseerd op de door melders zelf gehanteerde begrippen. Door deze aanpak zou het theoretisch mogelijk zijn geweest dat de onderzoekers dwangarbeid toch zouden hebben meegenomen.

In het deelonderzoek onder personen die reeds in het eerdere onderzoek Deetman zijn ondervraagd (aangeduid als het survey-onderzoek) zijn de volgende definities gehanteerd: “Met fysiek geweld is bedoeld: het op een lichamelijk gewelddadige manier benaderd worden zoals schoppen, slaan met de handen of een voorwerp of andere vormen van lichamelijke mishandeling. Met psychisch geweld is in het landelijke surveyonderzoek bedoeld: het op een intimerende manier benaderd worden zoals uitschelden, vernederen, onterecht straffen, achterstellen bij andere kinderen en chantage”.  In deze definitie wordt arbeidsuitbuiting dus niet genoemd.

In het derde hoofdstuk van het rapport worden citaten gegeven van de vormen van geweld die melders zeggen te hebben ondergaan. Het eerste gegeven voorbeeld betreft: “lange werkdagen waarop hard moet worden gewerkt”. Dit citaat zou kunnen suggereren dat arbeidsuitbuiting in de analyse van de nieuwe meldingen wel is meegenomen. Echter, in de concluderende paragraaf op pagina 61 van het rapport worden de begrippen fysiek en psychisch geweld als volgt omschreven:

"Waar fysiek geweld wordt genoemd gaat het over: schoppen, slaan met handen of een voorwerp of andere vormen van lichamelijke mishandeling, opgesloten worden, hardhandig voedsel naar binnen gewuwd krijgen, geen eten krijgen, braaksel moeten opeten,(langdurig) in de kou of op een koude vloer moeten staan of in een koud bad moeten zitten.

Waar het gaat om psychisch geweld kan dit aan de hand van de meldingen omschreven worden als het op een intimiderende manier benaderd worden, zoals: uitschelden, vernederen, onterecht straffen, achterstellen bij andere kinderen en chantage, bangmakerijen en dreigementen met het geloof, een kille angstige en dreigende sfeer vol pesterijen, weinig warmte en genegenheid, weinig privacy en het afhouden van contact met vrienden of ouders."

Ook uit deze beschrijvingen blijkt dat de onderzoeksorganisatie dwangarbeid niet als vorm van fysiek of psychisch geweld heeft gezien en dus ook niet heeft onderzocht. Dit blijkt ook uit de conclusies op pagina 62

 "Onderzoeksvraag 4 luidt:  'Wat is de definitie van excessief fysiek en psychisch geweld jegens minderjarigen?' Op basis van de beide analyses kan uitsluitend worden aangegeven welke betekenis slachtoffers toekennen aan het verschijnsel van fysiek en psychisch geweld.

Waar fysiek geweld wordt genoemd gaat het over: schoppen, slaan met handen of een voorwerp of andere vormen van lichamelijke mishandeling, opgesloten worden, hardhandig voedsel naar binnen gewuwd krijgen, geen eten krijgen, braaksel moeten opeten,(langdurig) in de kou of op een koude vloer moeten staan of in een koud bad moeten zitten.

Waar het gaat om spychisch geweld kan dit aan de hand van de meldingen omschreven worden als het op een intimiderende manier benaderd worden, zoals: uitschelden, vernederen, onterecht straffen, achterstellen bij andere kinderen en chantage, bangmakerijen en dreigementen met het geloof, een kille angstige en dreigende sfeer vol pesterijen, weinig warmte en genegenheid, weinig privacy en het afhouden van contact met vrienden of ouders."

In deze conclusie wordt het voorbeeld van “lange werkdagen waarop hard moet worden gewerkt ” niet genoemd, en kennelijk als irrelevant beschouwd.

Als bijlagen bij het rapport zijn opgenomen enkele essays van deskundigen die als achtergrondinformatie voor de uitvoerders van het onderzoek hebben gediend. Hierin wordt onder meer uitvoerig ingegaan op de definities van de begrippen kindermishandeling en fysiek en psychisch geweld in de binnenlandse en buitenlandse literatuur. Uit de desbetreffende essays blijkt dat dwangarbeid, arbeidsuitbuiting en kinderarbeid in de gespecialiseerde literatuur niet worden opgevat als vallende onder genoemde begrippen. In de internationale literatuurstudie zijn de begrippen forced labour, labour exploitation en child labour dan ook niet als zoektermen meegenomen.

Gezien het bovenstaande luidt mijn oordeel dat de fenomenen dwangarbeid, arbeidsuitbuiting en kinderarbeid in het onderzoek Deetman 2 naar seksueel geweld en fysiek of psychisch geweld niet zijn onderzocht.

Amsterdam, 8 september 2018

 


[1]  Prof. Van Dijk is emeritus-hoogleraar victimologie van Tilburg University. Hij is vice-voorzitter van de monitoring body van het Verdrag tegen Mensenhandel van de Raad van Europa (GRETA) en lid van de ILO Working Group on Forced Labour Statistics.

image

Klachtenprocedure

Op deze pagina vindt u meer informatie over klachtenprocedures.

Lees...
image

Hulpverlening

Op deze pagina vindt u informatie over hulpverlening.

Lees...
image

Web Links

Op deze pagina vindt u verschillende links naar andere websites

Lees...
image

Boeken

Op deze pagina vindt u een aantal boeken.

Lees...
image

Nieuwsbrieven

Op deze pagina vindt u de VPKK Nieuwsbrieven.

Lees...
image

Politiek

Op deze pagina vindt u verslagen van de politiek.

Lees...

Login Form